Aanbevolen post

Informatie over de auteur / Stuk hout

Over de auteur Dorpsoudste de Jong is het pseudoniem van Jos de Jong (1963). De Jong woont in Leiden. Hij werkt drie dagen per week in een u...

donderdag 11 januari 2024

Fragmenten uit Stuk hout

 Fragmenten uit Stuk hout, de nieuwe gedichtenbundel van Dorpsoudste de Jong

Verkrijgbaar vanaf 11 januari 2024. 


 

Koop die bundel, mensen. Kijk voor de bestelmogelijkheden op de pagina Stuk hout - de nieuwe bundel.


 

 



zondag 5 februari 2023

Kwantum Hallen

Was in een vergadercentrum, of meeting center, of weet ik hoe zoiets heet, Vierhoog, boven de Bijenkorf in ieder geval. Er was een lunch en die was op zeshoog. En toen ging ik weer terug naar de vierde. Ik kwam als eerste aan in ons lokaal en liep naar het raam, schoof met beiden handen wat lamellen opzij en ging ertussen staan. Naar buiten kijken. Er tegenover een hotel/café-restaurant, met mooie balkonnetjes. Daarop telkens twee stalen klapstoeltjes en een tafeltje. Het was niet groot allemaal maar het leek me niet slecht om daar vanuit je hotelkamer je balkonnetje op te stappen, even met je handen op de leuning de stad te bekijken, de drukke verkeersstromen beneden te zien gaan en misschien ook nog even te gaan zitten. Dan had je daarvandaan ook de meeuw kunnen zien die vanaf de kant van de Oudegracht aan kwam vliegen. Zijn vlucht maakte een langzame kromming naar boven, een  kromming die steeds verder opliep, zo zeer dat in één klap duidelijk werd dat:
- A.  er veel wind stond, dat klopte de zes vlaggen bovenop het Apollo Hotel wapperden  allemaal strak naar links, de kant van de Oudegracht op
- B.  de vogel zou zo, nu ongeveer, niet meer naar rechts of naar boven vliegen maar over de kop gaan - en zich mee laten voeren door de wind
- C.  de vogel was aan het spelen, had er plezier in.

Beneden hadden de fietsers richting Centraal Station groen gekregen. Ze staken de Sint-Jacobsstraat over, een deel ervan echter stak schuin over, reed verder op het fietspad aan de overkant van de staat. De laatsten die overstaken waren een fietser die aanvankelijk het spoor van de schuin overstekende fietsers volgde maar halverwege van de diagonaal afweek en met een extra draai richting wandelgebied van het Vredenburg reed. Daar achteraan kwam nog een scootmobiel die zich op dezelfde wijze tussen de voetgangers begaf. De diagonaal over het kruispunt was met twee onderbroken witte lijnen aangegeven. Ik stelde me voor dat er over niet al te lange tijd voldoende mensen halverwege de schuine oversteek een extra draai van 45 graden gemaakt hebben om de gemeente ertoe te bewegen dit als nieuwe route te formaliseren. Het kruispunt zal dan twee nachten afgesloten zijn om twee mooie gekromde stippellijnen aan te brengen, van halverwege de diagonaal een stukje het Vredenburg op.

Naast het Apollo Hotel drie pandjes waarvan de middelste verbouwd werd, op het dak ervan was een man bezig. Kon niet goed zien wat hij aan het doen was. Er waren op de dakrand twee stukken vloerplaat aan weerszijden van een stenen ornament bevestigd. Ik zag zijn hoofd en een deel van zijn bovenlichaam er bovenuit komen terwijl hij met iets bezig was, of soms een paar stappen liep.
Toen bleef mijn oog hangen op een groot gebouw een stukje verder links. Was dat niet...? Ik keek rond of er niet een ander gebouw in aanmerking kwam. Misschien toch deze dan. Maar ik vond het opeens zo onwaarschijnlijk, een Kwantum midden in de stad?
Er ging iets open in mijn geheugen. Ik had er ooit, langslopend op een koopavond, een keer een aanvaring gehad met een paar jongens die daar rondhingen. Tachtiger jaren moet dat geweest zijn. Maar klopt het wel? Kwantum Hallen in het centrum van een stad? Maar had Den Haag ook niet een Kwantum-zaak op de Grote Markt, op de route naar het Paard in ieder geval? Het lijkt zo onwaarschijnlijk nu. Zo'n zaak die je nu alleen nog maar op meubelboulevards tegenkomt, in de buurt van bouwmarkten. Hoe vaak ben ik er niet langsgelopen? Op weg naar de Rembrandtkade, neem ik aan. Een flinke wandeling, maar niet vervelend. Op die keer van de koopavond na dan. Een oriëntatiepunt, net als de Schouwburg, het Wilhelminapark.

Wat een beperkt verleden heeft een mens eigenlijk. Een paar routes door een stad. De weg van A naar B en weer terug. Als we 's avonds naar De Vrije Vloer gingen was ik afhankelijk van het richtingsgevoel van anderen om daar te geraken, en vooral om 's nachts terug thuis, op het logeeradres, te komen. Om de hoek waren een paar winkels. Een straat waar toen ook een bushalte was. Was er een kleine supermarkt? Veel haalden we er niet. Misschien was het niet meer dan een soort snackbar. Ons geld ging op aan uitgaan.

Weet nog wel waar ik vroeger in Den Haag (ook zo'n stad van uitgaan en logeren) een pakje shag kocht. Bij een zaakje op de Brouwersgracht, aan een iets lager gelegen deel van het trottoir. Soms heb je dat, dat een stuk van het trottoir, net voor de huizen, iets lager ligt dan de rest. Vanaf de Prinsengracht zullen dat treden geweest zijn, misschien met een leuning ernaast. Hoe bracht je zo'n dag door als je aan het einde van de ochtend wakker werd en diezelfde avond nog eens een keer zou uitgaan? Een wandeling van het Hofje Vredebest (Westeinde) naar de tabakswinkel was nou ook weer niet een onderneming waar je uren voor moest uittrekken. Muziek luisteren, praten, roken, koffie drinken? Een middag lang!? Soms liepen we van het huis van Niek naar dat van Joost, maar dat scheelde tien huisnummers... Misschien gingen we daar dan ook even zitten, horen waar hij of Maurice die nacht verder nog geweest waren. Of informeren of zij misschien brood hadden. Ik weet nog dat Niek ons een keer een stukje tuin heeft laten zien, pal voor zijn deur, waar hij wat plantjes probeerde te laten groeien. Maar dat we daar gebukt over wat groen hebben gestaan zal eenmalig geweest zijn. Hoe lang duurt zo iets? Drie minuten zijn al lang als je het niet echt interesseert. En de matrassen die moesten ook nog naar boven, stukken schuimrubber waren het eigenlijk die hij nog als geluidsisolatie tegen de muur wilde plakken. Het was daar dat ik voor de eerste keer paprika op brood heb gegeten. Als Niek brood had was het stuk van dat stevige brood, waar nog een snee of vier of vijf van te snijden was. En als hij daar dan ook nog kaas bij had zaten we gebeiteld. Voelden ons eigenlijk een beetje schuldig dat we zijn hele voorraad voor het weekend nu opaten. Maar daar stapten we ook weer overheen, namen ons voor die avond het eerste rondje te halen, zodat hij zijn portemonnee nog even in zijn zak kon houden. Een sneetje van dat hele compacte brood, belegen kaas en daar dan een paar reepjes rode paprika op. Ik doe het nog wel eens. Denk dan niet altijd aan Niek, of aan Henk, of aan Joost, of aan Maurice. Maar nu even wel.

zaterdag 4 februari 2023

Datumtest

 test ivm datumaanpassing

vrijdag 6 mei 2022

Tilanus

Ik heb ik mijn leven drie voetbalshirts gedragen. De eerste was van Feijenoord, toen nog met de spelwijze die bij de wijk hoort. Dat was er een van het merk Jansen & Tilanus.

Daarna droeg ik de kleuren van Alphense Boys. Geen idee of daar ook een merkje in zat. Ik neem aan van wel. Misschien wel Bahlmann Sport. Bahlmann was een kledingzaak en sponsor van de club. En Paul en Frans waren belangrijke spelers in de club.

Mijn laatste shirt was die ochtend bij de Zeeman gehaald. Een stuk of zeven hadden ze er gekocht. Grote witte t-shirts. Vrouwkje en Frank haalden ze trots tevoorschijn in de trein. Ze hadden ook een dikke zwarte stift bij zich. Of twee. Op weg naar Leiden werden de shirts, alle zeven, voorzien van het nummer 14. We kwamen uit Amsterdam, we waren het dichtersvoetbalelftal uit de hoofdstad en reisden naar Wassenaar, waar de Haagse dichter Harry Zevenbergen het grote landelijke dichtersvoetbaltoernooi had georganiseerd.

We gebruikten een half veld. Dat was groot genoeg. Of eigenlijk nog steeds best groot. We hadden maandenlang elke dinsdagavond geoefend op het grasveld van Nut en Genoegen, het volkstuincomplex waar Frank een huisje had. Toen leek onze conditie op zeker moment best in orde. En ik beschouwde mezelf als een van de sportievere. Niet zo snel als de jongere Thomas en Joost, en ook Rick liep me er uit als hij zin had, maar verder kwam ik best mee.
Op het echte voetbalveld, de helft ervan dus, waren de afstanden op een of andere manier veel groter. Je rende je rot. Binnen een paar minuten was je buiten adem. En een glansrol, die ik mezelf toch wel had toebedacht, viel niet zo een-twee-drie te verwezenlijken. De passes kwamen slecht aan en ik moest ook wel eens een man laten lopen.
Het ging niet allemaal mis. Zeker niet. Groningen hebben we in ieder geval verslagen. Die waren ’s middags al dronken. De finale ging echter tussen Rotterdam en Den Haag. Ik mocht hem fluiten, in mijn nummer 14 shirt. Ze kenden me toch nog wel enige conditie en voetbalinzicht toe.

Het staat me bij dat het 3-2 werd. Voor de een of de ander. Toen ik uiteindelijk affloot kreeg ik het even benauwd. Ik had 2,5 te lang laten spelen en het laatste, winnende, doelpunt was niet zo lang geleden gevallen. Wat te doen?

Niets! Gewoon mijn mond houden. Niemand bekloeg zich erover. Het was een mooie dag. Een zonnige stralende middag.

Het was eigenlijk gewoon een van de hoogtepunten in mijn leven. In een Zeeman-shirt.

Waar zijn die eigenlijk gebleven? Op de Starik-tentoonstelling heb ik ze niet meer gezien. Heeft iemand ze meegenomen om te wassen. Heb ik mijn eigen shirt zelf nog geruime tijd thuis gehad? En toen weggedaan?

Die van Alphense Boys zou, met afgeknipte mouwen, nog in de opbergbox met punkkleding kunnen  zitten, maar die heb ik laatst nog even open gehad. Het zal ook wel weg zijn.

En waar is mijn Feijenoord-shirt? Het kroonjuweel onder mijn voetbalshirts. Foetsie. Ik zou hem niet meer passen, kreeg hem op mijn zesde of mijn zevende, en misschien zou een motje er inmiddels een gaatje in gekauwd kunnen hebben. Maar toch... Een mens neemt rare besluiten in zijn leven. Je Feijenoord-shirt niet goed genoeg bewaren is er één van.

Heb feitelijk alleen het woord 'Tilanus' nog.

En herinneringen aan hoe mooi het leven was.

woensdag 6 april 2022

Alex Chilton en het janken

De eerste keer dat ik toch tamelijk hartgrondig heb zitten janken, en vloeken, op tafel heb zitten slaan, m’n bril afzette om weer mijn hoofd te pakken en te roepen “Hoe kan dat nou, Godverdomme!” bij de dood van iemand, het bericht van het overlijden van een persoon die ik helemaal niet kende, was ik wel verbaasd. Trok ik bij alle ontsteltenis en verdriet (dat toch echt op verdriet leek) mezelf, mijn reacties wel in twijfel.

Ik begreep het niet.

Een zanger van wie je een paar platen hebt, die in je ontwikkeling, je muzikale ontwikkeling, en misschien zelfs een beetje in die als mens, mogelijk een – bescheiden - rolletje heeft gespeeld. Een zanger ook, van wie je nooit een optreden gezien hebt. Nooit mee in gesprek bent geraakt.

Ik vond het raar, heel raar. En toch, ik was woedend, ik was de hele wereld en hemel bij elkaar aan het godveren. En ik was verdrietig. Oprecht verdrietig, zou ik bijna schrijven. Waarbij opgemerkt dat ik zoveel jaar later nog steeds geen instrument tot mijn beschikking heb om oprecht verdriet te onderscheiden van nep-verdriet, zo-zo-verdriet of would-be-verdriet.

Hoe lang het ook geleden is, ik ben er nog steeds verbaasd over, voel een lichte gêne.

Maar als ik dan na lange tijd zijn stem weer eens hoor, Alex Chilton hoor zingen, dan is er gelijk weer iets dat meetrilt, wakker wordt, de kop opsteekt, zichzelf herkent, bereid is vriendschap te sluiten met die stem, en met de wereld.
Dat is de jongen van 17 die ik kennelijk nog steeds een beetje ben, of een restje ervan dat mij zeer welkom is. Op zo’n moment geen strobreed in weg wordt gelegd.

zondag 6 maart 2022

No-flyzone

Geen no-flyzone boven Oekraïne. De NAVO vindt dat te gevaarlijk. Geen NAVO-troepen op Oekraïens grondgebied. Ook daar met het argument dat Moskou dat als een oorlogsverklaring zou opvatten. En een oorlog met Rusland willen we niet. Teveel doden, te groot risico op escalatie met kernwapens, moeten we zien te voorkomen.

Dat 'moeten we zien te voorkomen' gaat dan soms bijna hand in hand met de verzekering dat elke inch van het NAVO-grondgebied verdedigd zal worden, mocht Rusland daarvan een grens oversteken. Of een beschieting uitvoeren op een land dat lid is van de NAVO. Dan geldt kennelijk niet dat we ten koste  van alles een oorlog met Rusland zien te voorkomen. We zullen zien.

De laatste weken dringt bij sommigen het besef door dat in 2008 (Georgië) en 2014 (Krim) het Westen veel te zwak heeft gereageerd. Toen ook in het belang van de goede vrede met Rusland. Het prevalerend argument was 'we moeten Rusland niet te boos maken, we moeten ze niet te zeer tegen ons in het harnas jagen'. Of er toen ook moedige woorden gesproken zijn als 'mocht Rusland ooit een NAVO-land aanvallen dan zullen we elke centimeter grondgebied standvastig verdedigen' weet ik niet. Het zou zomaar kunnen.

De politici, beleids- en opiniemakers die nu zeggen wakker geworden te zijn, die zeggen dat de inval in Oekraïne (die van 2022) hen de ogen geopend heeft, zeggen eigenlijk in grote lijnen hetzelfde als die in 2008 en 2014: wel reageren maar oppassen dat Rusland niet te boos op ons wordt.

En verbinden dat soms met woorden van spijt omdat we in het verleden eigenlijk een beetje teveel weggekeken hebben, spijt omdat we Rusland in 2008 of 2014 geen halt hebben toegeroepen. Men zegt nu te beseffen dat we Rusland niet zijn gang hadden moeten laten gaan, we in het verleden veel harder hadden moeten optreden.

Toegegeven, vergeleken met 2008 en 2014 zijn er nu wel serieuze sancties. Sancties ook, waarvan men weet dat ze op korte termijn geen effect zullen hebben op de oorlog, geen burgers en militairen in Oekraïne zullen beschermen.

Nu wel een no-flyzone uitroepen boven Oekraïne is zonder meer gevaarlijk, net als met NAVO-troepen de Oekraïense troepen te hulp schieten. Dat Rusland het als oorlogsverklaring zal beschouwen lijkt me zeer waarschijnlijk.

Maar gaan we die confrontatie werkelijk vermijden door ons nu opnieuw afwachtend op te stellen? Of gaan we over een half jaar (een paar maanden, een paar jaar?) weer dezelfde woorden spreken over de situatie in feb/mrt 2022 zoals we die nu spreken over Georgië en De Krim?

Dat we het toen niet op zijn beloop hadden moeten laten, dat het verkeerd was om uit angst voor een confrontatie, onze handen niet uit te steken. Dat we eerder hadden moeten ingrijpen.

Ik weet het niet.

Ik ben geen voorstander van nog veel meer dood en ellende. Ingrijpen door de NAVO zou een opstap kunnen zijn naar nog veel ernstiger gevolgen, in het slechtste geval wereldwijd. Die gedachte roept angst op, de gedachte zelf komt ook voort uit angst, leunt aan tegen de neiging om uit voorzorg iets maar niet te doen. Je kunt de angst tegen het licht houden, je afvragen of die altijd als leidraad moet fungeren. Tegelijkertijd is er het besef dat het niet enkel angst is, dat het risico reëel is dat het op een nog veel grotere schaal fout gaat.

En als dat mechanisme nu bepalend is voor ons handelen (niet/nauwelijks handelen), zoals het dat ook was is 2008 en in 2014, gaat datzelfde mechanisme er dan voor zorgen dat we straks toch maar - uit voorzorg zeg maar, om erger te voorkomen - met de pootjes omhoog gaan liggen als Estland aan de beurt is?
(En zou dat zo erg zijn, als we er werkelijk een alomvattende oorlog mee voorkomen?)

Ik weet het niet.

Ik vermoed dat er in het Kremlin een paar van dit soort scenario's klaarliggen, strategieën die gebaseerd zijn op: als puntje bij paaltje kiest het Westen er toch maar voor de zekerheid voor om de wereld nog even voort te laten bestaan, ook al gaat dit gepaard met een beschamende aftocht. Ook al weet niemand in het Westen of Rusland niet ook een land is dat uiteindelijk eieren voor zijn geld kiest als de weerstand vanuit de NAVO wel fors en van militaire aard zal zijn.

Misschien moet ik de goden dankbaar zijn dat de NAVO tot nu toe zo terughoudend heeft gereageerd. Misschien moet ik gewoon accepteren dat we Oekraïne (ondanks alle prachtige hulpinitiatieven die er gelukkig ook zijn) laten barsten. Of doen alsof ik het kan accepteren.

Maar ergens blijft het besef knagen dat we  meer kunnen doen, blijft er iets om aandacht roepen: dat het nu tijd is om kracht te laten zien, onverbiddelijk te zijn. Dat als we het nu niet doen, we over een poosje alleen nog maar voor de (onze) overgave hoeven te tekenen.

Dat de gevaren groot zijn: overduidelijk.

Er zijn nu ook denkers, strategen en buitenlandspecialisten die zeggen dat het gebruik van kernwapens door Poetin ondenkbaar is. Alleen het gebruik van het woord 'ondenkbaar' zou alarmbellen moeten doen afgaan, diskwalificeert deze mannen en vrouwen. Als de voortgang van Ruslands oorlogsmachinerie in Oekraïne komende dagen ook nog maar mondjesmaat is, er een scenario dreigt dat Rusland daar in een Afghanistansituatie terecht komt dan is het zeer denkbaar dat er een kernraket op een middelgrote stad in het westen van Oekraïne wordt afgevuurd. Voordeel voor Rusland: NAVO weet dan dat Rusland hier niet voor terugdeinst en dreigen met een tweede, nog zwaardere bom, zou Oekraïne op de knieën kunnen dringen.

Hoe daar op te reageren? Ik weet het niet.

Voorkom je het door met NAVO-troepen Oekraïne binnen te trekken? Mogelijk. Dat Poetin het dan toch niet aandurft. Mogelijk, maar zekerheid heb je niet. Het kan ook zeer goed escalatie op escalatie opleveren, reacties die niet meer de lijn volgen van scenario 28 of 36 maar die een geheel eigen dynamiek zullen hebben.

Voorkom je het door nu niets te doen, aan de zijlijn te blijven? Ook die garantie hebben we niet.

Moeilijk, moeilijk, moeilijk...

Terug in de tijd kunnen we het niet, anders zouden het wel weten! Dan zouden we opeens moedig zijn, en onverzettelijk! Reken maar!

Maar wat nu wijsheid is? En of die wijsheid hetzelfde is als een land in gruzelementen laten gooien, de bevolking ervan laten vermoorden? Ik weet het niet. Je zou toch hopen dat er meer mogelijk is.

Maar ja, dat is ook weer verraderlijk. Belangrijke beslissingen moet je niet nemen met als belangrijkste ingrediënt 'hopen dat', of ‘ik zou graag willen dat’.

En toch... en toch... en toch...

blijf ik hopen dat er meer mogelijk is dan het land en zijn bewoners aan hun lot over te laten.

In de steek te laten.

En ik weet wel, ook die emotie, het gevoel dat het niet prettig is om iemand in de steek te laten die zeer dringend hulp nodig heeft, moet als het even kan niet de basis zijn van een verstandig besluit over wel of niet ingrijpen.

Het mag misschien wel meewegen.

zondag 6 juni 2021

Het kasteel

 
In mijn jeugdjaren heb ik op een middag een kasteel gebouwd, of misschien waren het een paar middagen. Zomermiddagen.
Sommige muren staan nog overeind. Ik ga er wel eens heen. Het is een geheime plek. Ik ga het hier niet uitleggen hoe je er komt, maar je moet over heuvels, door struikgewas, drassige grond die overgaat in een bosgebied met hier en daar open plekken. Op een van die open plekken stond mijn kasteel.
Het is lang geleden dat we het gebouwd hebben. We hebben er feesten gehad. Het was ook het kasteel van het blonde meisje, en van de jongen met de donkere huid, en van Marcel met zijn pony, en Kees die het ook niet helpen kon. Mariska was er toen nog, en Ellis was een beetje stout.

Wat daarna kwam is niet echt onbelangrijk. Je slaat je er zo goed mogelijk doorheen, maakt je nog wel eens ergens druk om. Het besef is echter altijd aanwezig dat het echte leven toen plaatsvond.
En je weet dat als de juiste zomerdag zou aanbreken je zo weer aan een kasteel begint. Je hoeft elkaar enkel maar tegen te komen, in de ogen te zien. En zonder iets te zeggen te knikken: we doen het gewoon.