Aanbevolen post

Informatie over de auteur / Stuk hout

Over de auteur Dorpsoudste de Jong is het pseudoniem van Jos de Jong (1963). De Jong woont in Leiden. Hij werkt drie dagen per week in een u...

maandag 22 augustus 2016

Sint-Pietersplein

Sint-Pietersplein

Waar Mia werd gezongen
worden nu Pokémons gevangen.

Het is een mooie zaterdag,
middag, het regent niet.

Binnen klinkt het alsof iemand
zijn smartphone te hard heeft gezet.
Een opera, als ik aan het geluid
gewend ben. Waarschijnlijk toch
de installatie van de kerk.

Ik stink naar zweet, merk ik,
nu ik even stil sta.

'Freiheit! Freiheit!' zingt de tenor.
Het klinkt meer alsof er ten strijde getrokken wordt.
Het hemelse gezang breekt al door.

Ik ga maar eens naar buiten.
Werp een laatste blik.

Vind het toch wel mooi.

Dat heb je dan voor elkaar
dat ik hier naar een stukje opera
sta te luisteren, en het mooi vind.

Verderop staat de Boekentoren in de steigers.
De straat naar de Vooruit ligt open.
Er kan gefietst worden, over het gruis, en gelopen.

Er komt asfalt, zo schrijven ze op de borden.
Er komt asfalt, en dat is een verbetering.

dinsdag 29 maart 2016

Hollands Spoor, perron 4

Op station Hollands Spoor wat gewapende politie, zwarte machinepistolen, naar beneden gericht. Een van de mannen keek me aan toen ik langsliep, terwijl ik besloten had een andere tegemoet lopende man aan te kijken, of althans mijn blik in zijn omgeving te houden, zag ik nog net dat ik bekeken werd. Ze liepen verder.
Na het instappen, vanaf mijn zitplaats bij het raam zag ik twee van hun collega's, even breed, even donker gekleed, zelfde wapens, met bruinpapieren tassen lopen. Allebei. De dichtstbijzijnde droeg er twee aan één hand. Voedsel, patat, snacks. Een vreemd gezicht.
Maar ja, als de hele of de halve dag op dit perron heen en weer moet lopen met een mini-mitrailleur toch min of meer in de aanslag, kan het nuttigen van wat snackbarvoedsel een welkome afwisseling zijn.

(vrijdag 25 maart 2016)

Internationale trein

Je stapt een trein binnen en je schrikt van de geur die er hangt. Een muur van stank waar je doorheen moet, rechtsaf de coupé in. Vanuit een ooghoek zie je dat er op dit balkon een toilet is, je wist het al, maar nu zie je het. Onwaarschijnlijk doordringende geur.
Een meter of vijf de coupé in ga je zitten, je verbaast je, meent het nog te ruiken. Als een kolkende rook die niet anders kan dan zich van de bron verplaatsen, zo lijkt deze geur elke keer dat de tussendeur opengaat zich zover mogelijk de coupé in te duwen.
Mensen komen binnen met verwrongen gezicht, vertwijfelde blik, hand voor de mond en neus, afgewend gelaat. Ook gebogen hoofden, neus zover mogelijk richting kraag, liefst erin verdwijnend, iets dat vaak net niet lukt.
Weinig opmerkingen, weinig woorden die er aan vuil worden gemaakt. Eén keer een mevrouw die informeerde bij de Belgische conducteur. "Ja, mevrouw. We weten het. We hebben het gemeld. Het is verschrikkelijk."
Ben op weg naar Brussel, een NS-trein met naast NMBS-personeel ook mensen van de Nederlandse Spoorwegen.
De trein rijdt. Soms valt het mee. Vooral op de langere stukken, als iedereen even blijft zitten.
Vanavond muziek. Eerst Sint-Pieters-Leeuw, het huis, de vrienden weer zien, dan terug de stad in. Ben benieuwd of we binnen geraken, Er is plek voor vijfig. We doen ons best, zijn onderweg.

donderdag 14 januari 2016

Ik heb nog met hem gevoetbald

Niet in een team of zo, maar gewoon bij gelegenheid. Waarschijnlijk maar een paar keer, hooguit vier of vijf keer, en dat dan in een periode van een paar maanden.
Hij kon het wel, een beetje. Ja, hoe zeg je dat? Hij kon mooi passeren, een soort sierlijke truc waarmee hij telkens voorbij z'n man kwam. Dat wel. Maar verder... meeverdedigen deed hij niet. En als hij de bal kwijtraakte was hij een beetje uit z'n doen, zei hij niks maar gedroeg zich alsof hij elk moment kon roepen: ik doe niet meer mee, ik vind het niet leuk, ik stop ermee. Na een seconde of tien trok hij dan wel weer bij, maar stomvervelend was het wel.
Het is dat je het buiten het voetbal wel met hem kon lachen en hij tijdens het spel soms ook gevatte opmerkingen had anders... nou ja, weet ik niet. Het is gewoon niet leuk als iemand tijdens het spel er telkens mee ophoudt, gaat lopen pruilen. Daar werden we, nou ja, dat zei ik al, dat wekte nogal wrevel, zachtjes gezegd. Op zeker moment werd het wel lachwekkend, pesten we hem er een beetje mee. Herpakte hij zichzelf wel sneller door, alsof hij z'n eigen gedrag ook een beetje raar vond. Nou, dat weet ik niet. Dat dachten we toen waarschijnlijk niet, dat is meer een interpretatie achteraf.
Hij was linksbenig, linkspoot noemde Derk  hem altijd. Vraag me nu opeens af of dat denigrerend bedoeld was. Denk het eigenlijk niet. Nee, waarschijnlijk niet. Maar goed, fameuze passeerbewegingen, enthousiast, jongensachtig, en dan opeens weer dat gedrag, dat onhebbelijke. Ach, het ging nergens om, dat voetbal van ons. We deden het voor de lol, tussendoor, als we er tijd voor hadden. Word ik toch nog een beetje sentimenteel, niet vanwege zijn dood maar omdat het zo lang geleden is, dat voetbal van ons. En omdat we er zo'n plezier in hadden. Dat toch wel, dat overheerst, dat het leuk was. Dat het leuk was om toen te leven.

zondag 27 december 2015

Droom een boot in de zon

Het mooiste concert
van dit jaar
vond vorig jaar plaats,
december, Vooruit

weet niet wat er gebeurde,
soms maak je dat mee,
als muziek een half duizend
mensen meeneemt

van verwachting naar

van verdriet naar
vreugde, dankbaarheid

dat is dan bereikt,

een combo speelde de nummers
die op voorhand vaststonden

de hoeveelheid mensen
aanwezig was ook wel
ongeveer duidelijk

en toch...
het bloemblad,
afgedwaald,
onder de hak
van dansen,
het woord,
veel meer dan het woord...

de keuze

het ontstaan

van wat
niemand zal het ontkennen,
dat het geluk was

wat boven ons hing
in de concertzaal,
de theaterzaal

niet als iets nastrevenswaardigs,
of onbereikbaars

maar meer als
de geur van zweet,
het meemaken,
het ja zeggen,
het onderdeel zijn

van die avond,
van alles wat het ons bracht.




maandag 3 augustus 2015

Vlaamse gaai


In de binnentuin had dit jaar een stel gaaien genesteld en twee jongen gekregen. De jongen waren al flink groot toen ik ze in de gaten kreeg. Dacht aanvankelijk dat er een nest jonge eksters zat. Die kunnen ook nogal tekeer gegaan. Jonge gaaien produceren een soort hees gekrijs en daar kunnen ze lang mee doorgaan. Als er gevaar dreigt kunnen ze ook een keel opzetten, maar dit had meer te maken met 'ik wil eten, ik wil nu direct eten'.
De jongen hadden een wat bollere kop, van de veertjes die nog wat pluizig zijn, verder waren ze al bijna net zo groot als de volwassen gaaien. Verenkleed was misschien iets minder scherp getekend maar al duidelijk dat van een Vlaamse gaai.
De laatste week had ik ze niet meer gezien, niet meer gehoord vooral. Zullen wel uitgevlogen zijn, dacht ik, dat moet op zeker moment gebeuren.

Vanochtend was ik wat vroeger de deur uit dan normaal. Ik had tijd om te blijven staan. Bij de gaai die ik op de gracht zag zitten, zo'n 200 meter van zijn geboortegrond. Ik kon behoorlijk in de buurt komen, maar ja, wat doe je met een gaai die je meent te herkennen? Een gesprek beginnen? Toen wist ik het, ik zou mijn brood met hem delen. En zo geschiedde.



zondag 15 maart 2015

Prullenbak

De vraag is: hoe lang moet je iets bewaren? Hoe lang heeft het waarde? Wanneer moet het weg?
Ik woon hier nu 5½ jaar en de prullenbak is in die tijd voor niets anders gebruikt dan voor de bladeren, de afgevallen bladeren van de planten die hier staan. Op de vensterbank en hier en daar een kastje. Bladeren en soms bloemen, bloemen die verdroogd zijn en de geest gaven. De laatste tijd is het wat harder gegaan omdat de ficussen, een kleine en een grote, het niet meer zo goed doen. Per week verliezen die wel een blad of tien, minimaal. Maar met of zonder ficus in slechte conditie, er komt een moment dat de prullenbak vol is.

En dan kan je best nog een beetje proppen en stampen, en dan kan er weer een jaar bij misschien. Maar toch, op zeker moment is er een besluit nodig.

Een besluit om 5½ jaar opgespaard blad, resten van leven, van fris en vrolijk groen, van plezier en lust, en opgevangen zonlicht en opgezogen water, om daar afscheid van te nemen.

Een kerkhof ruimen doe je ook niet zomaar. Dan haal je eerst eens diep adem en zegt: 'Nou, vooruit dan maar. Wat moet dat moet.'