Aanbevolen post

Informatie over de auteur / Stuk hout

Over de auteur Dorpsoudste de Jong is het pseudoniem van Jos de Jong (1963). De Jong woont in Leiden. Hij werkt drie dagen per week in een u...

zondag 6 maart 2022

No-flyzone

Geen no-flyzone boven Oekraïne. De NAVO vindt dat te gevaarlijk. Geen NAVO-troepen op Oekraïens grondgebied. Ook daar met het argument dat Moskou dat als een oorlogsverklaring zou opvatten. En een oorlog met Rusland willen we niet. Teveel doden, te groot risico op escalatie met kernwapens, moeten we zien te voorkomen.

Dat 'moeten we zien te voorkomen' gaat dan soms bijna hand in hand met de verzekering dat elke inch van het NAVO-grondgebied verdedigd zal worden, mocht Rusland daarvan een grens oversteken. Of een beschieting uitvoeren op een land dat lid is van de NAVO. Dan geldt kennelijk niet dat we ten koste  van alles een oorlog met Rusland zien te voorkomen. We zullen zien.

De laatste weken dringt bij sommigen het besef door dat in 2008 (Georgië) en 2014 (Krim) het Westen veel te zwak heeft gereageerd. Toen ook in het belang van de goede vrede met Rusland. Het prevalerend argument was 'we moeten Rusland niet te boos maken, we moeten ze niet te zeer tegen ons in het harnas jagen'. Of er toen ook moedige woorden gesproken zijn als 'mocht Rusland ooit een NAVO-land aanvallen dan zullen we elke centimeter grondgebied standvastig verdedigen' weet ik niet. Het zou zomaar kunnen.

De politici, beleids- en opiniemakers die nu zeggen wakker geworden te zijn, die zeggen dat de inval in Oekraïne (die van 2022) hen de ogen geopend heeft, zeggen eigenlijk in grote lijnen hetzelfde als die in 2008 en 2014: wel reageren maar oppassen dat Rusland niet te boos op ons wordt.

En verbinden dat soms met woorden van spijt omdat we in het verleden eigenlijk een beetje teveel weggekeken hebben, spijt omdat we Rusland in 2008 of 2014 geen halt hebben toegeroepen. Men zegt nu te beseffen dat we Rusland niet zijn gang hadden moeten laten gaan, we in het verleden veel harder hadden moeten optreden.

Toegegeven, vergeleken met 2008 en 2014 zijn er nu wel serieuze sancties. Sancties ook, waarvan men weet dat ze op korte termijn geen effect zullen hebben op de oorlog, geen burgers en militairen in Oekraïne zullen beschermen.

Nu wel een no-flyzone uitroepen boven Oekraïne is zonder meer gevaarlijk, net als met NAVO-troepen de Oekraïense troepen te hulp schieten. Dat Rusland het als oorlogsverklaring zal beschouwen lijkt me zeer waarschijnlijk.

Maar gaan we die confrontatie werkelijk vermijden door ons nu opnieuw afwachtend op te stellen? Of gaan we over een half jaar (een paar maanden, een paar jaar?) weer dezelfde woorden spreken over de situatie in feb/mrt 2022 zoals we die nu spreken over Georgië en De Krim?

Dat we het toen niet op zijn beloop hadden moeten laten, dat het verkeerd was om uit angst voor een confrontatie, onze handen niet uit te steken. Dat we eerder hadden moeten ingrijpen.

Ik weet het niet.

Ik ben geen voorstander van nog veel meer dood en ellende. Ingrijpen door de NAVO zou een opstap kunnen zijn naar nog veel ernstiger gevolgen, in het slechtste geval wereldwijd. Die gedachte roept angst op, de gedachte zelf komt ook voort uit angst, leunt aan tegen de neiging om uit voorzorg iets maar niet te doen. Je kunt de angst tegen het licht houden, je afvragen of die altijd als leidraad moet fungeren. Tegelijkertijd is er het besef dat het niet enkel angst is, dat het risico reëel is dat het op een nog veel grotere schaal fout gaat.

En als dat mechanisme nu bepalend is voor ons handelen (niet/nauwelijks handelen), zoals het dat ook was is 2008 en in 2014, gaat datzelfde mechanisme er dan voor zorgen dat we straks toch maar - uit voorzorg zeg maar, om erger te voorkomen - met de pootjes omhoog gaan liggen als Estland aan de beurt is?
(En zou dat zo erg zijn, als we er werkelijk een alomvattende oorlog mee voorkomen?)

Ik weet het niet.

Ik vermoed dat er in het Kremlin een paar van dit soort scenario's klaarliggen, strategieën die gebaseerd zijn op: als puntje bij paaltje kiest het Westen er toch maar voor de zekerheid voor om de wereld nog even voort te laten bestaan, ook al gaat dit gepaard met een beschamende aftocht. Ook al weet niemand in het Westen of Rusland niet ook een land is dat uiteindelijk eieren voor zijn geld kiest als de weerstand vanuit de NAVO wel fors en van militaire aard zal zijn.

Misschien moet ik de goden dankbaar zijn dat de NAVO tot nu toe zo terughoudend heeft gereageerd. Misschien moet ik gewoon accepteren dat we Oekraïne (ondanks alle prachtige hulpinitiatieven die er gelukkig ook zijn) laten barsten. Of doen alsof ik het kan accepteren.

Maar ergens blijft het besef knagen dat we  meer kunnen doen, blijft er iets om aandacht roepen: dat het nu tijd is om kracht te laten zien, onverbiddelijk te zijn. Dat als we het nu niet doen, we over een poosje alleen nog maar voor de (onze) overgave hoeven te tekenen.

Dat de gevaren groot zijn: overduidelijk.

Er zijn nu ook denkers, strategen en buitenlandspecialisten die zeggen dat het gebruik van kernwapens door Poetin ondenkbaar is. Alleen het gebruik van het woord 'ondenkbaar' zou alarmbellen moeten doen afgaan, diskwalificeert deze mannen en vrouwen. Als de voortgang van Ruslands oorlogsmachinerie in Oekraïne komende dagen ook nog maar mondjesmaat is, er een scenario dreigt dat Rusland daar in een Afghanistansituatie terecht komt dan is het zeer denkbaar dat er een kernraket op een middelgrote stad in het westen van Oekraïne wordt afgevuurd. Voordeel voor Rusland: NAVO weet dan dat Rusland hier niet voor terugdeinst en dreigen met een tweede, nog zwaardere bom, zou Oekraïne op de knieën kunnen dringen.

Hoe daar op te reageren? Ik weet het niet.

Voorkom je het door met NAVO-troepen Oekraïne binnen te trekken? Mogelijk. Dat Poetin het dan toch niet aandurft. Mogelijk, maar zekerheid heb je niet. Het kan ook zeer goed escalatie op escalatie opleveren, reacties die niet meer de lijn volgen van scenario 28 of 36 maar die een geheel eigen dynamiek zullen hebben.

Voorkom je het door nu niets te doen, aan de zijlijn te blijven? Ook die garantie hebben we niet.

Moeilijk, moeilijk, moeilijk...

Terug in de tijd kunnen we het niet, anders zouden het wel weten! Dan zouden we opeens moedig zijn, en onverzettelijk! Reken maar!

Maar wat nu wijsheid is? En of die wijsheid hetzelfde is als een land in gruzelementen laten gooien, de bevolking ervan laten vermoorden? Ik weet het niet. Je zou toch hopen dat er meer mogelijk is.

Maar ja, dat is ook weer verraderlijk. Belangrijke beslissingen moet je niet nemen met als belangrijkste ingrediënt 'hopen dat', of ‘ik zou graag willen dat’.

En toch... en toch... en toch...

blijf ik hopen dat er meer mogelijk is dan het land en zijn bewoners aan hun lot over te laten.

In de steek te laten.

En ik weet wel, ook die emotie, het gevoel dat het niet prettig is om iemand in de steek te laten die zeer dringend hulp nodig heeft, moet als het even kan niet de basis zijn van een verstandig besluit over wel of niet ingrijpen.

Het mag misschien wel meewegen.

zondag 6 juni 2021

Het kasteel

 
In mijn jeugdjaren heb ik op een middag een kasteel gebouwd, of misschien waren het een paar middagen. Zomermiddagen.
Sommige muren staan nog overeind. Ik ga er wel eens heen. Het is een geheime plek. Ik ga het hier niet uitleggen hoe je er komt, maar je moet over heuvels, door struikgewas, drassige grond die overgaat in een bosgebied met hier en daar open plekken. Op een van die open plekken stond mijn kasteel.
Het is lang geleden dat we het gebouwd hebben. We hebben er feesten gehad. Het was ook het kasteel van het blonde meisje, en van de jongen met de donkere huid, en van Marcel met zijn pony, en Kees die het ook niet helpen kon. Mariska was er toen nog, en Ellis was een beetje stout.

Wat daarna kwam is niet echt onbelangrijk. Je slaat je er zo goed mogelijk doorheen, maakt je nog wel eens ergens druk om. Het besef is echter altijd aanwezig dat het echte leven toen plaatsvond.
En je weet dat als de juiste zomerdag zou aanbreken je zo weer aan een kasteel begint. Je hoeft elkaar enkel maar tegen te komen, in de ogen te zien. En zonder iets te zeggen te knikken: we doen het gewoon.
 
 
 

zondag 15 november 2020

Treindagboek, woensdag 28 oktober 2020

woensdag 28 oktober 2020, trein 9:33 uur

Ochtend met veel licht, grote stukken blauw in de lucht. Fris. Niet al te veel mensen op straat, dat was wel te doen. Ronald en zijn vriendin kruisten mijn pad. Kwamen van het Kiekpad en staken over richting Volkenkunde.

Wat mussen die overvlogen bij de kegelbaan op de2e Binnenvestgracht.

Kijk mijn ogen uit vanaf mijn plekje bij het raam. Dankbaar voor het licht, de zon, de kleuren. Aalscholver op het gras met zijn vleugels wijd. Je ziet ze meestal zo op een tak, een lantaarnpaal, iets wat een flink stuk boven de grond uitkomt.

Stuk land met stro bedekt.

Er is een tijd geweest dat die huizen een antenne op hun dak hadden. Het is uiteindelijk geen gemis gebleken.

Twee heren op een fiets, in gesprek. Grijze sportkledij aan, fietshelm op. Zag eruit alsof ze nog aardig wat van plan waren. Op woensdag vrij, thuiswerken?

Tweede flat in Heemstede, niet de kantoorflat pal naast het station, is een flat met zeven woonlagen. Bovenop een gebouw met stalen wanden van golfplaat. Ruimte voor de machinekamer van de lift? Luchtverversing? Het is een oude flat, jaren zeventig of zo. Of er toen al mechanische ventilatie in een flat werd gedaan? Gebouw waarvan je plotseling denkt: wanneer gaat dat gesloopt worden? Ziet eruit alsof het niet echt meer mee kan.

Station Haarlem. Reclameborden boven perron 1. Ze zijn gemonteerd aan de gietijzeren spanten in de wand die verder vooral bestaat uit grote ramen met matglas. Erachter de schittering van de zon (die nog niet erg hoog staat). Bovenop de borden kleine ijzeren uitsteeksels, pinnen die niet enkel recht omhoog wijzen maar ook wijduit staan, zoals bloemstengels in een middelhoge vaas. De reclameborden verder leeg, enkel gevuld met grote vellen wit papier.
Het zonlicht, de kaders, het wit, het lege perron. Stilte, afwachting.

Zoals in een winkelstraat, ’s ochtends vroeg. Er zijn wat kratten en reclamemateriaal buiten gezet, Verderop een enkele fiets tegen de gevel. Geen mens te zien, zonlicht dat de straat vult, lange schaduwen werpt achter het weinige dat de baan van het licht breekt, opwarmt, stuitert.
 

woensdag 2 september 2020

Treindagboek, 2 september 2020

 Woensdag 2 september 2019, trein 7:03 uur

Vol tarief, dat valt na twee maanden voordelig reizen even tegen.

Mussen op de hoek bij de fietsenstalling, onder het Vietnamese snackkraampje. Verderop bij de brievenbus plotseling twintig weghippende vogeltjes.

Koude ochtend. Dun zomerjack ging best, maar de handen werden wel koud. Om en om in een broekzak gestoken, een envelop in de vrije hand.

Een zonnebloem aan de kade van de Oude Vest. Meter hoog ongeveer. De bomen die er staan hebben wat vrije grond rondom de stam, daar zetten mensen soms plantjes in. Als zo’n boom tussen parkeerplaatsen in is staat er vaak een stalen rek omheen, cirkelvormig. Een dikke ronde buis eigenlijk die op vier poten (zelfde soort stalen buis) staat. De zonnebloem was er trouwens buiten gegroeid, had er geen steun aan. Stond nog wel behoorlijk rechtop.

Twee eenden of ganzen boven de bollenvelden, een blauwe ochtendlucht als achtergrond.

Er werd nu wel stevig doorgewerkt in het bloemenveld net voorbij Vogelenzang. Man of vijf, zes, allemaal in het groen. Een soort regenpakken in kaki-groen leken het. Stengels van bijna een meter hoog met witte bollen erop. Zuidenwindlelie?

Net voorbij de waterzuiveringsinstallatie een wit waas boven de velden, hier en daar een wolkensliert die omhoog waait, ondanks de bijna-windstilte. Een paar van de paardjes die erin staan lijken verbaasd om zich heen te kijken.

Jongen van een jaar of acht in sportkledij komt coupé binnen, twijfelt waar hij zal gaan zitten. Besluit de bank voor me te nemen. Zie hem geïnteresseerd naar buiten kijken, naar beneden, naar de rails, naar verderop, neus bijna tegen het raam.

Mooie oranje zon boven de horizon net, prettig licht. Je kon er toen nog naar kijken, zonder ogen dicht te hoeven knijpen. In Haarlem, staat hij boven de huizen rechts, een stuk krachtiger nu, geel-oranje.

De kerk die je dan links voor je ziet, net na de laatste kromming van het spoor. Waarschijnlijk de kerk die hoorde bij dat gigantische kloostercomplex dat een jaar of twintig geleden nog te vinden was ten noorden van het station, op zo’n tien minuten lopen. Ooit ontdekt toen ik, om wat reden dan ook, daar op zoek was naar een platenzaak.

Vind het al weer te druk in de coupé, stapte net iets van vier mensen in. Nu in totaal acht, op een capaciteit van 34 stoelen. Normaal gesproken zou je het hebben over lekker leeg of bijna leeg.

Overal zon, nu verblindend. Weerkaatsend op de aluminium daken van de onderhoudshallen van de NS, strepen en vegen tonend op de ramen.

Ook boven de sloten hier wolkensluiers, nevel. Ook bewegend, slierten ervan. Nog steeds op het oog windstil. Misschien de thermiek, de opwarming die het doet wervelen, traag doet opwaaien? Ook hier niet de gehele deken van nevel die beweegt, uiteinden ervan, delen.



zondag 8 maart 2020

Het opkijkend hoofd

 
Mijn halve platencollectie, en alle voorpret,
het enthousiasme bij de eerste tonen,
het instemmend getap met de schoenen,
het ingehouden roffelen, trommelen,
het soms met moeite niet luidkeels gaan zingen
of een langgerekt “Jááá!” uitstoten.

Je kan zeggen: dan heb je het over muziek,
muziek waar je van houdt.

Dat is wel zo, maar die muziek
is enkel voorwaarde, ingrediënt.

Waar het om gaat is de entourage,
de atmosfeer, de plek waar je naar toe kunt gaan.

Dan heb ik het over Get,
Get Records op de Utrechtsestraat.

De begroeting, het binnenstappen,
dat opkijkend hoofd in de hoek van de zaak,
de glimlach, die halve grijns van hem,
en je weet dat je welkom bent,
dat je hier moet zijn, dat het goed is

dat je aanwezig bent.


   - - -


De oorspronkelijke tekst stamt uit april 2003. Een dag na de begrafenis geschreven. Het gaat over een platenwinkel, het gaat over de man die daar bij hoorde. Niet als meubilair, maar als iemand die mede(*) het karakter ervan bepaalde.
Ik heb de tekst al vele malen in handen gehad, er iets aan gewijzigd, iets verbetert, en later weer ‘terugverbetert’. Woorden verplaatsen, doorhalen, toevoegen, dingetjes uitproberen. En op zeker moment tot de conclusie komen dat het geen gedicht gaat worden.
Maar omdat ik het ook als een klein portretje zie, een lofzang en een poging tot onderzoeken hoe die waardering in elkaar zit, dan maar als een soort verlaat i.m. voor Arie, wiens achternaam (Romeijn) ik toen niet eens kende.

*In die tijd was Get voor mij de winkel van Arie en Paul. Zijn compagnon van toen kom ik af en toe nog wel tegen, en dat is goed.

zondag 21 april 2019

Balkonmuur


Zondagavond. Gefietst. Na het eten in slaap gevallen voor de t.v. Bij de tweede of de derde  wedstrijd weer langzaamaan wakker geworden, zodoende ben ik nu aardig op de hoogte van de kansen op degradatie/nacompetitie voor de volgende ploegen: NAC, Excelsior, Fortuna. Die laatste ontglipt mogelijk de dans. Koffie gezet, nog wat op Nederland 2 gekeken: Moja Polska! Draait al een poosje, dit is waarschijnlijk al week vier of vijf, documentaire-achtig reisverslag over hedendaags Polen. Best interessant.
Het begon al te duisteren toen ik weer opstond. Even op het balkon gaan kijken. Beneden in de tuin was het weer stil geworden, de Airbnb-toeristen zijn waarschijnlijk de stad in. Best aardige mensen, volgens mij. Zag ze de plantjes water geven, hoorde ze converseren. Ze maken er geen bende van. Ging tegen de muur aan staan. Mijn bloembakken hangen weer aan het balkonhek. Vanochtend opgehaald. Tijdens de renovatie hebben ze bij een vriendin in de tuin gestaan. Moet nog wel wat vuil en mos verwijderen, misschien een restant van een plantje vervangen door iets nieuws, maar ben blij dat ze weer hier zijn. Zo is het toch meer mijn balkon. Kan het verhaal van dit huis, dit balkon, mijn leven hier en dat van de plantjes weer verder. Alsof er een gat is geweest dat nu weer hersteld, overbrugd is. De twee tijdsdelen zijn weer aan elkaar geknoopt. Het hoort weer bij vorig jaar, als ik hier sta en de tuin in kijk.
Het scheelt ook dat de vleermuizen er weer zijn. Of nog zijn. Ze vlogen onnavolgbaar in het rond. Af en toe een meter voor mijn hoofd langs. Mooie zwenkingen, duikvluchten, bijna haakse bochten. Kunnen ze nog beter dan zwaluwen. Het was stil, je kon hun vleugels, de luchtverplaatsing ervan af en toe horen. In de verte een merel, maar die benadrukte de avondlijke rust alleen maar.
Ik leunde met mijn rug tegen de muur, de buitenmuur, de muur waar de zon de hele middag op had geschenen.
De warmte zat er nog in, voelde het door mijn overhemd en T-shirt heen. Mijn rug, schouders en nek warmden er van op. Behaaglijke warmte, erg zacht. Was benieuwd hoe warm de muur nu werkelijk was en keerde me om. Voelde met mijn handen op verschillende plekken maar ik kon geen bijzondere temperatuur of warmte ontdekken. De muur voelde aan alsof die precies op de temperatuur was die je op dit tijdstip mocht verwachten. Ik draaide me om en leunde weer tegen de muur aan, en na een paar seconden voelde ik opnieuw de warmte mijn lichaam intrekken. Mijn rug kon dat kennelijk wel, kon beter inschatten dan mijn handen wat warmte afgaf, wat warmte uitstraalde.

vrijdag 25 mei 2018

Belang

Als we voor jou zeven maal
rondom Jeruzalem moeten lopen,
of Carthago, weet ik wat voor stad
het was. Desnoods Amsterdam.
Zeven keer daar omheen stappen,
die muren die zijn al gesloopt, daar
gaat het ook niet om, we gaan ook
de inwoners niet om zeep helpen.
Het is juist andersom, na die zevende
rondgang - ik wel best ook nog even
schreeuwen, het een of ander blaas-
instrument bespelen, om nog enigszins
het bijbels verhaal tegemoet te komen –
na die zevende keer, kan jij niet anders
dan dat godvergeten zand wat wij met
z’n allen op je kist hebben gegooid
weg te maaien, omhoog te trappen,
uit je kuif te slaan.

Jij gaat opstaan, verdomme,
en je laat weten dat je er weer bent.

Dat je er weer bent om de poëzie te verzorgen,
te vertegenwoordigen, over haar te praten,
en te klagen over het gebrek aan belang
dat er aan word gehecht.

Maar je zult weten, je zult weten
welk belang er aan jou wordt gehecht.


1 februari 2018 - 25 mei 2018