zondag 15 november 2020

Treindagboek, woensdag 28 oktober 2020

woensdag 28 oktober 2020, trein 9:33 uur

Ochtend met veel licht, grote stukken blauw in de lucht. Fris. Niet al te veel mensen op straat, dat was wel te doen. Ronald en zijn vriendin kruisten mijn pad. Kwamen van het Kiekpad en staken over richting Volkenkunde.

Wat mussen die overvlogen bij de kegelbaan op de2e Binnenvestgracht.

Kijk mijn ogen uit vanaf mijn plekje bij het raam. Dankbaar voor het licht, de zon, de kleuren. Aalscholver op het gras met zijn vleugels wijd. Je ziet ze meestal zo op een tak, een lantaarnpaal, iets wat een flink stuk boven de grond uitkomt.

Stuk land met stro bedekt.

Er is een tijd geweest dat die huizen een antenne op hun dak hadden. Het is uiteindelijk geen gemis gebleken.

Twee heren op een fiets, in gesprek. Grijze sportkledij aan, fietshelm op. Zag eruit alsof ze nog aardig wat van plan waren. Op woensdag vrij, thuiswerken?

Tweede flat in Heemstede, niet de kantoorflat pal naast het station, is een flat met zeven woonlagen. Bovenop een gebouw met stalen wanden van golfplaat. Ruimte voor de machinekamer van de lift? Luchtverversing? Het is een oude flat, jaren zeventig of zo. Of er toen al mechanische ventilatie in een flat werd gedaan? Gebouw waarvan je plotseling denkt: wanneer gaat dat gesloopt worden? Ziet eruit alsof het niet echt meer mee kan.

Station Haarlem. Reclameborden boven perron 1. Ze zijn gemonteerd aan de gietijzeren spanten in de wand die verder vooral bestaat uit grote ramen met matglas. Erachter de schittering van de zon (die nog niet erg hoog staat). Bovenop de borden kleine ijzeren uitsteeksels, pinnen die niet enkel recht omhoog wijzen maar ook wijduit staan, zoals bloemstengels in een middelhoge vaas. De reclameborden verder leeg, enkel gevuld met grote vellen wit papier.
Het zonlicht, de kaders, het wit, het lege perron. Stilte, afwachting.

Zoals in een winkelstraat, ’s ochtends vroeg. Er zijn wat kratten en reclamemateriaal buiten gezet, Verderop een enkele fiets tegen de gevel. Geen mens te zien, zonlicht dat de straat vult, lange schaduwen werpt achter het weinige dat de baan van het licht breekt, opwarmt, stuitert.
 

woensdag 2 september 2020

Treindagboek, 2 september 2020

 Woensdag 2 september 2019, trein 7:03 uur

Vol tarief, dat valt na twee maanden voordelig reizen even tegen.

Mussen op de hoek bij de fietsenstalling, onder het Vietnamese snackkraampje. Verderop bij de brievenbus plotseling twintig weghippende vogeltjes.

Koude ochtend. Dun zomerjack ging best, maar de handen werden wel koud. Om en om in een broekzak gestoken, een envelop in de vrije hand.

Een zonnebloem aan de kade van de Oude Vest. Meter hoog ongeveer. De bomen die er staan hebben wat vrije grond rondom de stam, daar zetten mensen soms plantjes in. Als zo’n boom tussen parkeerplaatsen in is staat er vaak een stalen rek omheen, cirkelvormig. Een dikke ronde buis eigenlijk die op vier poten (zelfde soort stalen buis) staat. De zonnebloem was er trouwens buiten gegroeid, had er geen steun aan. Stond nog wel behoorlijk rechtop.

Twee eenden of ganzen boven de bollenvelden, een blauwe ochtendlucht als achtergrond.

Er werd nu wel stevig doorgewerkt in het bloemenveld net voorbij Vogelenzang. Man of vijf, zes, allemaal in het groen. Een soort regenpakken in kaki-groen leken het. Stengels van bijna een meter hoog met witte bollen erop. Zuidenwindlelie?

Net voorbij de waterzuiveringsinstallatie een wit waas boven de velden, hier en daar een wolkensliert die omhoog waait, ondanks de bijna-windstilte. Een paar van de paardjes die erin staan lijken verbaasd om zich heen te kijken.

Jongen van een jaar of acht in sportkledij komt coupé binnen, twijfelt waar hij zal gaan zitten. Besluit de bank voor me te nemen. Zie hem geïnteresseerd naar buiten kijken, naar beneden, naar de rails, naar verderop, neus bijna tegen het raam.

Mooie oranje zon boven de horizon net, prettig licht. Je kon er toen nog naar kijken, zonder ogen dicht te hoeven knijpen. In Haarlem, staat hij boven de huizen rechts, een stuk krachtiger nu, geel-oranje.

De kerk die je dan links voor je ziet, net na de laatste kromming van het spoor. Waarschijnlijk de kerk die hoorde bij dat gigantische kloostercomplex dat een jaar of twintig geleden nog te vinden was ten noorden van het station, op zo’n tien minuten lopen. Ooit ontdekt toen ik, om wat reden dan ook, daar op zoek was naar een platenzaak.

Vind het al weer te druk in de coupé, stapte net iets van vier mensen in. Nu in totaal acht, op een capaciteit van 34 stoelen. Normaal gesproken zou je het hebben over lekker leeg of bijna leeg.

Overal zon, nu verblindend. Weerkaatsend op de aluminium daken van de onderhoudshallen van de NS, strepen en vegen tonend op de ramen.

Ook boven de sloten hier wolkensluiers, nevel. Ook bewegend, slierten ervan. Nog steeds op het oog windstil. Misschien de thermiek, de opwarming die het doet wervelen, traag doet opwaaien? Ook hier niet de gehele deken van nevel die beweegt, uiteinden ervan, delen.



zondag 8 maart 2020

Het opkijkend hoofd

 
Mijn halve platencollectie, en alle voorpret,
het enthousiasme bij de eerste tonen,
het instemmend getap met de schoenen,
het ingehouden roffelen, trommelen,
het soms met moeite niet luidkeels gaan zingen
of een langgerekt “Jááá!” uitstoten.

Je kan zeggen: dan heb je het over muziek,
muziek waar je van houdt.

Dat is wel zo, maar die muziek
is enkel voorwaarde, ingrediënt.

Waar het om gaat is de entourage,
de atmosfeer, de plek waar je naar toe kunt gaan.

Dan heb ik het over Get,
Get Records op de Utrechtsestraat.

De begroeting, het binnenstappen,
dat opkijkend hoofd in de hoek van de zaak,
de glimlach, die halve grijns van hem,
en je weet dat je welkom bent,
dat je hier moet zijn, dat het goed is

dat je aanwezig bent.


   - - -


De oorspronkelijke tekst stamt uit april 2003. Een dag na de begrafenis geschreven. Het gaat over een platenwinkel, het gaat over de man die daar bij hoorde. Niet als meubilair, maar als iemand die mede(*) het karakter ervan bepaalde.
Ik heb de tekst al vele malen in handen gehad, er iets aan gewijzigd, iets verbetert, en later weer ‘terugverbetert’. Woorden verplaatsen, doorhalen, toevoegen, dingetjes uitproberen. En op zeker moment tot de conclusie komen dat het geen gedicht gaat worden.
Maar omdat ik het ook als een klein portretje zie, een lofzang en een poging tot onderzoeken hoe die waardering in elkaar zit, dan maar als een soort verlaat i.m. voor Arie, wiens achternaam (Romeijn) ik toen niet eens kende.

*In die tijd was Get voor mij de winkel van Arie en Paul. Zijn compagnon van toen kom ik af en toe nog wel tegen, en dat is goed.

zondag 21 april 2019

Balkonmuur


Zondagavond. Gefietst. Na het eten in slaap gevallen voor de t.v. Bij de tweede of de derde  wedstrijd weer langzaamaan wakker geworden, zodoende ben ik nu aardig op de hoogte van de kansen op degradatie/nacompetitie voor de volgende ploegen: NAC, Excelsior, Fortuna. Die laatste ontglipt mogelijk de dans. Koffie gezet, nog wat op Nederland 2 gekeken: Moja Polska! Draait al een poosje, dit is waarschijnlijk al week vier of vijf, documentaire-achtig reisverslag over hedendaags Polen. Best interessant.
Het begon al te duisteren toen ik weer opstond. Even op het balkon gaan kijken. Beneden in de tuin was het weer stil geworden, de Airbnb-toeristen zijn waarschijnlijk de stad in. Best aardige mensen, volgens mij. Zag ze de plantjes water geven, hoorde ze converseren. Ze maken er geen bende van. Ging tegen de muur aan staan. Mijn bloembakken hangen weer aan het balkonhek. Vanochtend opgehaald. Tijdens de renovatie hebben ze bij een vriendin in de tuin gestaan. Moet nog wel wat vuil en mos verwijderen, misschien een restant van een plantje vervangen door iets nieuws, maar ben blij dat ze weer hier zijn. Zo is het toch meer mijn balkon. Kan het verhaal van dit huis, dit balkon, mijn leven hier en dat van de plantjes weer verder. Alsof er een gat is geweest dat nu weer hersteld, overbrugd is. De twee tijdsdelen zijn weer aan elkaar geknoopt. Het hoort weer bij vorig jaar, als ik hier sta en de tuin in kijk.
Het scheelt ook dat de vleermuizen er weer zijn. Of nog zijn. Ze vlogen onnavolgbaar in het rond. Af en toe een meter voor mijn hoofd langs. Mooie zwenkingen, duikvluchten, bijna haakse bochten. Kunnen ze nog beter dan zwaluwen. Het was stil, je kon hun vleugels, de luchtverplaatsing ervan af en toe horen. In de verte een merel, maar die benadrukte de avondlijke rust alleen maar.
Ik leunde met mijn rug tegen de muur, de buitenmuur, de muur waar de zon de hele middag op had geschenen.
De warmte zat er nog in, voelde het door mijn overhemd en T-shirt heen. Mijn rug, schouders en nek warmden er van op. Behaaglijke warmte, erg zacht. Was benieuwd hoe warm de muur nu werkelijk was en keerde me om. Voelde met mijn handen op verschillende plekken maar ik kon geen bijzondere temperatuur of warmte ontdekken. De muur voelde aan alsof die precies op de temperatuur was die je op dit tijdstip mocht verwachten. Ik draaide me om en leunde weer tegen de muur aan, en na een paar seconden voelde ik opnieuw de warmte mijn lichaam intrekken. Mijn rug kon dat kennelijk wel, kon beter inschatten dan mijn handen wat warmte afgaf, wat warmte uitstraalde.

vrijdag 25 mei 2018

Belang

Als we voor jou zeven maal
rondom Jeruzalem moeten lopen,
of Carthago, weet ik wat voor stad
het was. Desnoods Amsterdam.
Zeven keer daar omheen stappen,
die muren die zijn al gesloopt, daar
gaat het ook niet om, we gaan ook
de inwoners niet om zeep helpen.
Het is juist andersom, na die zevende
rondgang - ik wel best ook nog even
schreeuwen, het een of ander blaas-
instrument bespelen, om nog enigszins
het bijbels verhaal tegemoet te komen –
na die zevende keer, kan jij niet anders
dan dat godvergeten zand wat wij met
z’n allen op je kist hebben gegooid
weg te maaien, omhoog te trappen,
uit je kuif te slaan.

Jij gaat opstaan, verdomme,
en je laat weten dat je er weer bent.

Dat je er weer bent om de poëzie te verzorgen,
te vertegenwoordigen, over haar te praten,
en te klagen over het gebrek aan belang
dat er aan word gehecht.

Maar je zult weten, je zult weten
welk belang er aan jou wordt gehecht.


1 februari 2018 - 25 mei 2018

zondag 25 maart 2018

Sint Barbara

Er werd gestampt, muziek klonk, de kist kwam voorbij in een hortende langzame dans, twee passen vooruit, de zes dragers veerden door tot op de tenen van de tweede pas, dan een stap achteruit, wikkelden af tot op de hiel… en dan weer twee passen vooruit, een pas naar achteren, twee naar voor, en zo verder.
Zo kwam je voorbij, Frank, in een hortende, trage dans. Er huilden mensen, met een bewonderende glimlach die er soms doorheen brak.
Dit schouwspel, de cadans van de lopers, jouw kist op hun schouder, langzaam voort- en terug bewogen worden tussen de mensenhaag, je hebt het voor je gezien. Je hebt het beschreven, waarschijnlijk met die brede Starikgrijns op je gezicht. En misschien was je even later wel ontroerd bij de gedachte dat het echt zo zou gaan.

Het ging echt zo, het werd voor jou, met jou, onder jouw regie zullen we maar zeggen, uitgevoerd, ten tonele gevoerd. Vanuit de auto, werd je over het plein tussen de samengedromde mensen door, langzaam de bomvolle kapel in gedragen, twee stappen vooruit, een pas terug, twee stappen vooruit, een stap terug… En de muziek, die klonk, jouw muziek.
En de mensen, ze waren er. En begeleidden je, stampten zachtjes, stemmig het ritme. Hun schoenen op de klinkers, op de vloer in de hal, in de kapel, in de aula zelf, je werd voortbewogen en teruggebracht, voortbewogen en teruggebracht.

Toen Ulakanakulot helemaal had geklonken waren de dragers met jouw kist in het midden van de aula beland. Timing. Is alles. Timing, dat was je wel gegeven.

Zij het dat je er recent een keer vreselijk naast zat. We zullen het je maar niet nadragen. Jammer is het wel. Vreselijk jammer.

                                        - - -

De opdracht die je uitsprak, zong, in Kleine vooruitzichten: "Je moet voor ze stralen… Je moet voor ze stralen…"

Dat stralen, man... wat heb jij dat gedaan!

Je moet ze meenemen. Je moet ze troosten,
omarmen, je moet ze van binnen heel even verwarmen.
Je moet voor ze stralen.

Dank je wel, Starik. Dank je wel, Frank.



vrijdag 27 oktober 2017

De Bosbessenberg

De Bosbessenberg

De vreugde leek te komen vanuit mijn ruggenmerg
Op de Bosbessenberg
Op de Bosbessenberg
toen ik jou daar tegenkwam


De maan bewoog niet erg
boven de Bosbessenberg
En die witte dwerg, hij bleef treuzelen
totdat mijn droom bewaarheid werd

De wind floot door de wilgentakken
de zoete melodie der liefde
Maar de beloftes waarmee je me inpakte,
hadden een geldigheidsduur die mij griefde

En hoewel we nu uit elkaar zijn
zit je nog steeds in me, ergens
Jij was het tenslotte die de vreugde losmaakte,
     pats-boem vanuit mijn ruggenmerg
bovenop de Bosbessenberg


naar een Engelse tekst van Larry Stock en Al Lewis, voor het eerst als lied uitgebracht in 1940